Met vier zeges op zak kan Tadej Pogacar (27) zijn Ronde van Romandië allerminst slecht noemen, maar toch blies de gele trui zijn tegenstand niet weg bergop. De wereldkampioen kent de oorzaak en wijst naar het voorjaar en zijn nieuwe obsessie. “Ik ging er helemaal in op.”
De koninginnenrit van zaterdag en slotrit van zondag tonen het pijnpunt van Pogacar in deze Ronde van Romandië. Op de beklimmingen kreeg de Sloveen Florian Lipowitz maar moeilijk van zich afgeschud.
Door zaterdag minutenlang een hoog tempo op te leggen wist de wereldkampioen de Duitser alsnog te lossen, maar een grote kloof uitbouwen lukte niet. Op de slotdag klopte hij de kopman van Red Bull-BORA-hansgrohe in een sprint.
Het is een verschil met de Pogacar van de voorbije jaren, waar hij met één splijtende demarrage iedereen op minuten wist te zetten.
Zorgt dat voor moraal bij de concurrentie? Niet echt, want Pogacar kent zelf de oorzaak. Volgens hem spelen de voorjaarsklassiekers hier een rol in.
De hellingen zijn daar korter in vergelijking met de beklimmingen in Romandië. Om die klimmetjes en kasseien goed te kunnen verteren bouwde hij wat extra spiermassa op. Die keuze legde hem geen windeieren met overwinningen in Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik.
“Ik ga het niet ontkennen dat ik wat zwaarder ben”, vertelde Pogacar zaterdag aan Eurosport. Hoeveel hij exact is bijgekomen voor het klassieke voorjaar wil de Sloveen niet kwijt. “Maar ik voel me goed op de fiets, dat is het belangrijkste.”
Pogacar moest ook toegeven dat hij in het voorjaar iets te enthousiast was in de fitness. “Ik ben een beetje te ver gegaan in de gym. Ik ging er helemaal in op. Misschien moet ik er nu even uit wegblijven”, lachte hij nog.
Die extra kilo’s zullen voor geen al te groot probleem zorgen. Na de Ronde van Romandië, waar Pogacar zondag de dag- en eindzege pakte, volgt een trainingsblok voor de Sloveen met het oog op de Tour. Zijn eerstvolgende wedstrijd is de Ronde van Zwitserland halverwege juni.