Zondag staat met Luik-Bastenaken-Luik de grootste test in de nog prille carrière van Paul Seixas (19) op het programma. Zowel Remco Evenepoel als Tadej Pogacar starten er. “Samen met Pogacar is Seixas de topfavoriet”, klinkt het in de nieuwste aflevering van de HLN Wielerpodcast.
Paul Seixas rijdt deze week zijn eerste Belgische klassieker. Twee klassiekers zelfs: woensdag staat hij aan de start van de Waalse Pijl en zondag bekampt hij Tadej Pogacar in Luik-Bastenaken-Luik.
Het is te zeggen: Seixas rijdt er zijn eerste Belgische klassiekers bij de profs. Twee jaar geleden reed de toen 17-jarige Fransman al eens Luik-Bastenaken-Luik, zij het wel bij de jeugd. Het hoeft niet te verbazen dat hij ook meteen won.
Al zal het volgens zijn ploeggenoot en vaste gast in de HLN Wielerpodcast Oliver Naesen tegen Pogacar en Evenepoel niet zo simpel worden en liggen vooral in de Waalse Pijl kansen voor het Franse supertalent.
“Paul (Seixas, red.) heeft volgens mij meer kans in de Waalse Pijl dan in Luik. Hij maakt woensdag kans op de overwinning en dat is hallucinant voor iemand van die leeftijd. (Seixas is 19 jaar, red.)”
Hij denkt dan ook niet dat de jonge Seixas zondag al in staat zal zijn om de wereldkampioen te kloppen. “Daarvoor heb ik te veel respect voor de überkampioen die Pogacar is. Al blijf ik wel van mening dat hij de enige is die in staat is om hem te volgen.”
“Hij is samen met Pogacar de topfavoriet”, klinkt het ook bij VTM NIEUWS-journalist Jonas Decleer. “Een trapje daaronder staat Remco Evenepoel. Als je hem bezig zag dit seizoen, dat is onwaarschijnlijk. Ik denk dat het nu al tijd is om te oogsten.”
“Je mag heel veel verwachten van Paul”, beaamt Naesen. “Ik verwacht dat hij een podium zal rijden en ik denk ook dat hij dat zelf verwacht.”
Ook Greg Van Avermaet ziet de Fransman meteen een goed debuut maken in zijn eerste deelname in Luik, maar ziet het ook als een uitdaging. “Luik-Bastenaken-Luik is een examen voor Seixas. Het is zijn eerste Monument en hij wil kijken hoe ver hij komt. Dat is belangrijk met het oog op de komende jaren.”