“Hij heeft een goede nonchalance over hem hangen.” Antwerp-middenvelder Mahamadou Doumbia (19) maakte op Sclessin het verschil met een wereldgoal. Ploegmaats en coach Mark van Bommel waren vol lof over hem. “Op training doet hij dat ook.”
Zou het toeval zijn? Exact op hetzelfde tijdstip – woensdagavond 31 januari om 21u – dat Arthur Vermeeren zijn debuut maakte voor Atlético Madrid, mocht Doumbia voor het eerst starten bij Antwerp – afgelopen zondag viel hij al 45 minuten in op het veld van Eupen. Meteen ook de laatste keer dat u in dit stuk enige vorm van vergelijking zal lezen tussen beide middenvelders. Doumbia is simpelweg een andere soort speler, die toevallig bij dezelfde club wil doorbreken. De Malinees zal de komende weken/maanden door binnen- en buitenstaanders al genoeg vergeleken worden met ‘Tuurke’. Niet simpel.
Het was niet zomaar dat coach Mark van Bommel op de persconferentie geen enkele keer de naam van ‘Vermeeren’ moest uitspreken. Ook de journalisten noemden zijn naam niet. Dat in tegenstelling tot de persbabbel na de nederlaag in Eupen. Je moet nu eenmaal verder in het leven en in het voetbal. Al hielp het dat uitgerekend Doumbia met een wereldgoal het verschil maakte en hij voor de rest een puike match speelde. “Voor het eerst in de basis, op bezoek bij Standard, in deze omstandigheden, … Ik kan hem alleen maar grote complimenten geven”, sprak Van Bommel.
Nog even over die knal in de winkelhaak… Het is blijkbaar een handelsmerk van de jonge Malinees, als we ploegmaats en coach mogen geloven. Jelle Bataille: “Op training zagen we al dat hij een serieuze pegel in de voeten heeft. Hij scoort er ook zo’n doelpunten. We waren verbaasd over de kracht die hij in zijn beentjes heeft zitten.” Jean Butez: “Voor de match zeiden we tegen hem: ‘Als je de kans hebt om te trappen, trap maar.’ In de eerste helft verdween zijn schot in de tribune, na de pauze ging zijn poging heerlijk binnen.” Van Bommel: “Toen hij schoot, dacht ik: niet schieten. Maar op training doet hij het ook. Vaak is dat snoeihard en binnen het kader.”