Wordt het zondag vier op een rij? Mathieu van der Poel gaat in Parijs-Roubaix voor z’n vierde kassei. De Nederlander verkende vrijdag het parcours. In tegenstelling tot iemand als Tadej Pogacar – die de afgelopen maanden meermaals afzakte naar Noord-Frankrijk – voor het eerst. “De kasseien van Roubaix? Eén keer tijdens de verkenning en tijdens de wedstrijd.”
Nu ook gespot op de kasseistroken van Parijs-Roubaix: Mathieu van der Poel. Twee dagen voor de koers verkende de drievoudige winnaar de Helleklassieker. Sector 23 – Verchain-Maugré à Quérénaing, een (slecht lopende) driesterrenstrook – heeft Van der Poel zelfs twee keer verkend. Wellicht had het te maken met de bandenspanning. De Nederlander nam ook een andere fiets.
Op z’n persconferentie gaf Van der Poel al aan weinig op kasseien te trainen. Vreemd, aangezien de Nederlander gezien wordt als een échte specialist.
“Er zijn maar weinig renners in het peloton die dat graag doen”, vertelde Van der Poel over het trainen op kasseien. “Ik ook niet. We vermijden de slechte wegen. Alleen tijdens de verkenning van de E3 Saxo Classic en de Ronde van Vlaanderen. En de wedstrijden natuurlijk. De kasseien van Roubaix? Eén keer tijdens de verkenning en tijdens de wedstrijd.”
Meer heeft Van der Poel klaarblijkelijk niet nodig. Maar hoe kan hij er dan toch zo goed in zijn? “Een mix van kracht en de manier waarop je over de kasseien rijdt”, geeft hij zelf aan. Je moet zorgen voor de goede lijnen en je mag niet te agressief in de bochten zijn om pech en valpartijen te voorkomen.”
Christoph Roodhooft, de manager van Alpecin-Premier Tech, geeft ook aan hoe het rijden op kasseien ook gewoon in de genen van Van der Poel zit.
“Sommige mensen gaan op een paard zitten en slagen erin om één te worden met dat dier. Met de fiets moet je ook een compromis vinden als je op de kasseien rijdt. Zo ontspannen mogelijk. Net als met het paard. Daar zit je ook niet graag gespannen op. Dan ben je het snel zat.”