Van Atlético naar Atlético. In 2018 ging Club Brugge nog met knikkende knieën naar Madrid, nu vol vertrouwen. Of hoe blauw-zwart gestaag is gegroeid in de Champions League. Een blik op de veelzeggende cijfers.
Siebe Schrijvers stond in de spits naast Wesley. Thibault Vlietinck op de rechterwingback. Benoît Poulain centraal achterin. En Karlo Letica in doel.
Dát Club Brugge ging op 3 oktober 2018 met 3-1 onderuit op het veld van Atlético. Een logische nederlaag. De Spaanse topclub tegen het – toen nog – Belgische kneusje.
Vandaag liggen de kaarten anders. Club gaat met geloof naar Atlético. Dankzij dat spectaculaire 3-3-gelijkspel op Jan Breydel vorige week. Maar óók omdat blauw-zwart in deze Champions League-campagne een nieuwe stap heeft gezet, met name op aanvallend vlak.
Met 13 doelpogingen per match, waarvan 41 procent op doel, zorgde Club nooit eerder voor meer doelgevaar in de Champions League. In totaal creëerde Club in negen wedstrijden liefst 26 grote kansen. Daarmee doet het even goed als Juventus en beter dan onder meer Borussia Dortmund (25) en Benfica (21).
Het zijn cijfers waar Club lange tijd alleen maar van kon dromen. En een bewijs dat het nu offensieve wapens heeft waarmee het Atlético pijn kan doen.
Het scoorde dan ook nooit eerder zó vaak op het kampioenenbal. Waar het tot drie jaar geleden telkens 4 à 8 doelpunten maakte in een campagne, zit het nu al aan 18 treffers.
Dankzij de ruime zeges tegen AS Monaco (4-1), Kairat Almaty (1-4) en Olympique Marseille (3-0), en de 3-3’s tegen Barcelona en Atlético.
Het sluit aan bij wat voorzitter Bart Verhaeghe wíl zien: de League Phase louter overleven is niet genoeg. Club moet ook “smakelijk” voetbal brengen. Het dúrft en graaft zich niet langer in. Het hoge aantal tegendoelpunten is daar een gevolg van.