Gianluca Prestianni (20) is in een interview nog eens teruggekomen op de racismerel tijdens Benfica-Real Madrid. De Argentijn zou Real-winger Vinícius meermaals ‘aap’ hebben genoemd. Eerder zei Prestianni al dat zijn woorden “verkeerd geïnterpreteerd” werden. Nu zegt hij: “Ik ben nooit racistisch geweest.”
Even terug naar 17 februari van dit jaar, toen Benfica en Real Madrid tegen elkaar speelden in de play-offs van de Champions League. Benfica-winger Prestianni riep Vinicius in de tweede helft iets – ‘aap’ volgens Vini zelf – toe, waarop die laatste meteen naar de scheidsrechter liep en weigerde verder te spelen. Een hele racismerel ontketende zich.
Enkele uren later was Prestianni op Instagram heel duidelijk: “Ik wil graag verduidelijken dat ik op geen enkel moment racistische beledigingen heb geuit aan het adres van speler Vinícius Junior, die helaas verkeerd heeft geïnterpreteerd wat hij hoorde”, schreef hij. Nadien bleef het stil vanuit zijn kant.
Tot nu dus. In een interview met Telefe, een Argentijnse zender, kwam Prestianni er nog eens op terug. “Ik ben nooit racistisch geweest en zal dat ook nooit worden. Ik dacht aan mijn moeder, mijn vader en mijn grootouders die dingen moesten aanhoren die niet waar zijn. Voor mij als voetballer is dat één ding, maar voor hen is dat heel anders.”
Maar wat riep Prestianni dan precies naar Vinicius? Dat blijft onduidelijk. Bewijzen dat Prestianni effectief ‘aap’ heeft geroepen, kan eigenlijk niemand, omdat hij op het bewuste moment zijn shirt voor zijn mond hield. Naar eigen zeggen zei hij ‘maricon’, wat in het Spaanse homo betekent. En was het dus een homofobe uitspraak.
Ook Mbappé mengde zich trouwens in het opstootje met Prestianni. Volgens de Argentijn riep de Real-spits hem “racistisch kind” toe. “Ik koos ervoor om niet te reageren”, zei Prestianni in het interview met Telefe. “Hij probeerde me uit mijn wedstrijd te halen, maar ik reageer liever op het veld.”