Dat Tadej Pogacar (27) niet helemaal zichzelf was tijdens de slotweek van de voorbije Tour de France, was wel duidelijk. Nu heeft de wereldkampioen ook een verklaring gegeven voor zijn opvallend passieve rijstijl: de Sloveen kampte met knieproblemen. En het was blijkbaar redelijk ernstig. “Mijn lichaam was in shock.”
Mentaal vermoeid. Die indruk gaf Tadej Pogacar tijdens de laatste week van de Ronde van Frankrijk. Zijn offensieve ingesteldheid en speelse gedrag leken plaatsgemaakt te hebben voor een ietwat apatische houding. Dat Pogacar ook nog eens liet vallen dat hij uitkeek naar zijn pensioen, hielp niet bij de beeldvorming.
Maar nu, zo’n drie maanden later, blijkt dat het misschien niet zozeer om een mentaal, maar wel een fysiek probleem ging. In de rand van zijn eigen evenement ‘Pogi Challenge’ onthulde Pogacar in de podcast Tour 202 dat hij tijdens de slotweek van de Tour kampte met knieproblemen.
“In de tweede week was het parcours me op het lijf geschreven en ging alles smooth”, deed Pogacar zijn verhaal. “En toen kwam de derde week, waarin ik écht nog een rit in de Alpen wilde winnen. Zeker op de Col de la Loze, als revanche voor mijn instorting van twee jaar eerder.”
Maar dat draaide even anders uit. “Het verliep niet volgens plan. De dag na de rit met aankomst op de Mont Ventoux (de zestiende etappe, red.) speelden er plots knieproblemen op. Ik twijfelde zelfs of ik wel verder zou kunnen.”
“In de etappe met aankomst op La Plagne (rit negentien, red.) was het weer dan ook nog eens barslecht. Het was ijskoud. Mijn lichaam was in shock, waardoor ik vocht ophield. Ik had genoeg van alles en voelde me echt niet op mijn best.”