Zijn laatste doelpunt voor Atalanta dateert van 11 januari en voormalig Italiaans bondscoach Fabio Capello roept “dat de echte Charles De Ketelaere ontbreekt”. Maar is dat ook zo? Wij doken in de cijfers achter ‘de nul’ en stelden vast dat ‘CDK’ eerder de oplossing dan een probleem is voor trainer Maurizio Sarri.
Editie 2026 was meer dan ooit de zomer van Charles De Ketelaere (25).
Verloofd met zijn Jozefien. Geflirt met Paris Saint-Germain. Op vakantie met zijn nieuwe maatje Kevin De Bruyne.
En niet te vergeten: op het WK door Rudi Garcia gepromoveerd tot eerste spits van de Rode Duivels. “Romelu (Lukaku, red.) heeft meer dan 90 goals voor de Rode Duivels”, zei ‘CDK’ daar eind september zelf over. “Als ik met hem train, voel ik mij niet de ‘eerste spits’, hoor. Dan kijk ik naar hoe hij afwerkt en probeer ik te leren van zijn kwaliteiten, zijn mentaliteit en hoe hij een leider is binnen de ploeg. Ik kijk enorm op naar hem.”
De Ketelaere, die al in zijn Club Brugge-tijd opviel met zijn polyvalentie, voelt zich meer dan ooit een spits. “Sinds de vorige bondscoach me in de spits zette, heb ik zeven keer gescoord. Dat is niet slecht. Dus ja, ik voel me een spits en de nieuwe bondscoach ziet me ook zo.”
Was De Ketelaere op het WK nog de enige (!) speler die scoorde tegen uiteindelijke wereldkampioen Spanje, dan vindt hij op clubniveau een pak minder vlot de weg naar doel. Bij Atalanta dateert zijn laatste goal intussen al van 11 januari. Een eeuwigheid voor een spits.
Als ‘CDK’ in zijn nog jonge carrière één ding heeft geleerd, dan is het wel dat de doelpunten vroeg of laat opnieuw zullen vallen. Na zijn transfer van Club Brugge naar AC Milan scoorde hij een volledig seizoen niet, en ook bij blauw-zwart moest hij het tussen december 2020 en augustus 2021 al eens acht maanden en 24 matchen zonder goals doen.