De knieproblemen die eindwinnaar Tadej Pogacar parten speelden tijdens de afgelopen editie van Tour de France waren echt wel serieus. Dat zegt z’n ploegmakker en Belgisch kampioen Tim Wellens in een interview met ‘La Dernière Heure’. “Hij trok tijdens de Tour zelfs naar een openbaar ziekenhuis om de blessure te laten onderzoeken.”
Tadej Pogacar onthulde in oktober zelf dat hij tijdens de slotweek van de Tour af had moeten rekenen met knieproblemen.
“De dag na de rit met aankomst op de Mont Ventoux (de zestiende etappe, red.) speelden er plots knieproblemen op. Ik twijfelde zelfs of ik wel verder zou kunnen”, zei hij in de podcast Tour 202. “In de etappe met aankomst op La Plagne (rit negentien, red.) was het weer dan ook nog eens barslecht. Het was ijskoud. Mijn lichaam was in shock, waardoor ik vocht ophield. Ik had genoeg van alles en voelde me echt niet op mijn best.”
Tim Wellens beleefde die problemen als ploegmakker vanaf de eerste rij. “Ik kan je verzekeren dat het echt wel serieus was”, zegt de Belgische kampioen in een interview met ‘La Dernière Heure’. “Tijdens de rit naar Valence kwam hij op een gegeven moment bij mij omdat hij zoveel pijn had. Hij moest zelfs naar de auto van de Tourdokter gaan.”
Die avond voelde Pogacar zich nog steeds niet goed en besloot UAE volgens Wellens om hem naar het ziekenhuis te sturen voor een MRI-scan.
“Omdat het een openbaar ziekenhuis was, was ik ervan overtuigd dat zijn bezoek zou uitlekken”, aldus Wellens. “Maar niemand heeft er gelukkig iets van gemerkt. De artsen zagen ook effectief een probleem op de beelden en Tadej heeft in de laatste ritten flink afgezien. Intern waren we echt bang dat hij zou moeten opgeven.”
Wellens zegt verder dat het eigenlijk ook zichtbaar was dat het niet geweldig ging met zijn kopman. “Zijn lichaam was niet in goede staat. Als je gewend bent om hem in zijn wieleroutfit te zien, was het duidelijk: zijn benen waren opgezwollen, helemaal gevuld met vocht. Hij was zelfs aangekomen door de hele situatie. Het was een opluchting om in Parijs aan te komen.”