Deceuninck stopt eind dit jaar als naamsponsor van Alpecin-Deceuninck, de ploeg van renners als Mathieu van der Poel en Jasper Philipsen. Dat heeft de West-Vlaamse producent van ramen en deuren in pvc vrijdag aangekondigd.
Het huidige contract tussen de ploeg en Deceuninck liep eind dit jaar sowieso af en wordt dus niet verlengd. Die beslissing geldt zowel voor de mannenploeg Alpecin-Deceuninck als voor het vrouwenteam Fenix-Deceuninck (met de Belgische wielrensters Julie De Wilde en Marthe Truyen).
Het West-Vlaamse bedrijf is sinds 2021 naamsponsor van de wielerteams die onder leiding staan van de broers Christoph en Philip Roodhooft. Voor hen kwam het afhaken van Deceuninck niet als een complete verrassing, maar financieel is het sowieso een opdoffer. Een exact bedrag is niet bekend, maar aangezien het om een hoofdsponsor gaat, gaat het om veel geld. Doorgaans zijn die sponsoren goed voor een bedrag tussen 5 en 10 miljoen euro.
Onze redactie heeft vernomen dat er momenteel nog geen vervanger is als nieuwe hoofdsponsor voor 2026. Het contract met Alpecin, die andere naamsponsor, loopt na dit jaar nog door en ook met fietsmerk Canyon is er nog een verbintenis tot eind 2028. Ook het logo van Deceuninck blijft na 2025 nog op de truitjes van de beide ploegen staan, want het bedrijf blijft wel shirtsponsor.
“De succesvolle samenwerking heeft voor het bedrijf de gewenste resultaten op vlak van naamsbekendheid opgeleverd”, zegt Francis Van Eeckhout, de uitvoerend voorzitter van Deceuninck. “In overleg met het teammanagement zijn we tot de conclusie gekomen dat we mekaar ook in een andere vorm van samenwerking kunnen blijven versterken.”
“De dankbaarheid voor het engagement van hun kant is veel groter dan de teleurstelling om de beslissing een stap terug te zetten”, zegt van zijn kant Philip Roodhooft, de algemeen manager van de twee wielerteams. “Uiteraard creëert dit een uitdaging voor ons als team, maar we zijn tijdig op de hoogte gebracht en we stellen alles in het werk om opnieuw een solide tweede naampartner aan te trekken.”