Wout van Aert (30) zal zijn crossactiviteiten komende weken beperken tot zes wedstrijden. Daarbij geen BK in Zolder en WK in Liévin. Het wordt zijn kortste veldritwinter ooit. “De rest van de tijd wil ik maximaal benutten voor de voorbereiding op het wegseizoen.”
Mol (23/12), Loenhout (27/12), Gullegem (4/1), Dendermonde (5/1), Benidorm (19/1) en Maasmechelen (27/1). Van Aerts veldritprogramma – drie Wereldbekermanches, twee Superprestigewedstrijden en één Exact Cross, maar géén kampioenschappen – spreidt zich mooi en met de nodige ademruimte uit over één volle maand. “We opteerden voor een compact schema dat perfect past binnen mijn trainingsplannen”, verduidelijkt hij. “Cyclocross is en blijft mijn eerste liefde en vanuit die optiek benader ik ook dit korte seizoen. De sportieve ambities blijven eerder bescheiden. Na mijn zware val in de Vuelta en het herstel van mijn knieblessure is het essentieel om de voorbereidingstijd op het nieuwe wegseizoen voorts tenvolle te benutten. Reden waarom ik wat minder zal veldrijden dan de voorbije jaren.”
Een understatement. In werkelijkheid wordt dit Van Aerts kortste crosscampagne ooit. Nóg korter dan in het seizoen 2019-2020, toen hij na de revalidatie van zijn blessures als gevolg van de horrorcrash tijdens de Tour ‘19 in Pau, aan zeven wedstrijden kwam. Twaalf maanden geleden waren er dat nog negen, in 2021-2022 tien en in 2020-2021 en in 2022-2023 veertien. Van Aert, die op dit moment vooral nog zijn loopachterstand wegwerkt, benadrukt dat hij bij zijn debuut over zestien dagen in de Zilvermeercross in Mol nog niet zijn beste niveau zal halen. Na Dendermonde trekt hij met zijn team Visma-Lease a Bike op stage naar Spanje, van waaruit hij aanknoopt met de WB-manche in Benidorm (waar wellicht één van de schaarse confrontaties met Mathieu van der Poel zal plaatsvinden) en één week later ook die in Maasmechelen betwist. “Tegen dan hoop ik wél in betere conditie te zijn.”