Union mocht vijfenveertig minuten lang dromen op het veld van Bayern München. Tot een Engelsman twee keer scoorde op drie minuten tijd. De onvermijdelijke Harry Kane als grote boosdoener. De top 24? Die is nu zo goed als onhaalbaar voor de Brusselaars.
In minuut 28 zwaaide David Hubert met zijn armen.
Zijn gezicht vol ongeloof. Een stevige inwendige vloek volgde.
Wat zich een paar seconden voordien had afgespeeld, moest áltijd een doelpunt opleveren voor Union. Khalaili dropte de perfecte voorzet op het hoofd van Promise David. Eigenlijk moest hij enkel een hoek uitkiezen. Maar de Canadese spits was voor een zeldzame keer geen killer in de zestienmeter. Hij kopte op in plaats van naast Manuel Neuer. Zoiets mag je op het allerhoogste niveau niet missen. Zeker niet op het veld van Bayern München.
Even voordien was Mac Allister óók al dicht bij de 0-1. Hij kwam een teen tekort op een vrije trap van Florucz. Union speelde zonder veel poeha in de Allianz Arena. Geen stress, geen zenuwen. Een stevig blok, een goede organisatie, het mes tussen de tanden en alles geven.
Het tegenovergestelde van Bayern. De Rekordmeister vond geen oplossingen. Zij voetbalden te traag voor de rust. Inspiratieloos. Weliswaar met veel balbezit (73%), maar zonder veel écht grote mogelijkheden. De sprankel was er niet. Kane botste in de beginfase op Scherpen, Guerreiro kopte een hoekschop over.
De Bayern-turbo sloeg niet aan. Olise botste een paar keer op Sykes, Diaz worstelde met het trio Mac Allister-Khalaili en… de bal, Kane had moeite om zich door te zetten. Vincent Kompany was geen tevreden coach aan de rust.
Dat veranderde in het begin van de tweede helft. Dan ging het plots wél snel. Kane troefde Burgess af voor de 1-0 en vrijwel meteen daarna beging Scherpen een strafschopfout.
Kane miste niet. De Union-hoop op een goed resultaat helemaal doorprikt op drie minuten tijd. Wat volgde was verdere dominantie van Bayern. Zelfs met tien man na een (strenge) tweede gele kaart voor Kim Min-jae. Union geraakte moeilijk aan het doel van Neuer. De Brusselaars liepen vooral achter de bal. En hadden ze die dan toch eens, speelden ze hem quasi onmiddellijk weer kwijt.